Geen informatie meer beschibaar over diagnosen in de GGZ

20 Februari 2019 Theo Broekman

NZa stopt met verzamelen van informatie over diagnosen in de GGZ

Per 15-4-2019 stopt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met het verzamelen van informatie over diagnosen in de GGZ. In Verplichte aanlevering minimale dataset gespecialiseerde ggz - NR/REG-1829 staat dat per 15-4-2019 alleen nog 14 hoofdgroepdiagnosen deel uitmaken van de minimale dataset. De NZa heeft geconcludeerd dat het verzamelen van informatie over diagnosen voor het uitvoeren van haar wettelijke taken niet nodig is.

Volgens de Informatiekaart DIS (landelijke dbc-informatiesysteem) zorgt de NZa voor veilige opslag en beheer van GGZ data in het DIS. Vervolgens verzorgt de NZa wettelijk vastgelegde data-uitleveringen aan de volgende publieke afnemers:

Het niet meer verzamelen van informatie over diagnosen, heeft dus ook voor anderen gevolgen. De NZa zegt hierover: ”Het klopt dat sommige informatie gedeeld wordt met andere partijen, maar de AVG biedt geen ruimte om informatie binnen te halen puur met als doel om de informatie te delen met andere partijen. Wij begrijpen dat er straks minder diagnose informatie beschikbaar is, maar voor onze analyses volstaat de informatie op hoofdgroep niveau.” (email d.d. 27/12/2018) Sommigen juichen deze ontwikkeling toe. Zij van mening zijn dat het verzamelen van informatie over diagnosen (in de GGZ) onrechtmatig is omdat het persoonsgegevens betreft, zie bijvoorbeeld een artikel waar de NZa als Rupsje Nooitgenoeg wordt gekarakteriseerd.

Omdat de NZa de enige partij is die landelijk informatie over diagnosen in de GGZ verzamelde zal deze infomatie niet neer beschikbaar zijn Ook dat zal niet iedereen verontrusten omdat niet iedereen waarde hecht aan het psychiatrisch diagnostisch classificatiesysteem, de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders).

Feit is dat de verzekerde aanspraken op geneeskundige GGZ volgens de zorgverzekeringswet en de bekostiging van de geneeskundige GGZ zijn gebaseerd op de DSM-5.

Daarom moeten zorgverleners gegevens over de diagnose blijven vastleggen. De Regeling gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg - NR/REG-1927 waarin in Artikel 51.3.4 Vastleggen diagnose wordt voorgeschreven dat de DSM-5 classificatie volledig op de vijf assen dient te worden gedaan, blijft gewoon van kracht. Alleen verzamelt de NZa deze gegevens niet meer.

Hoe verhouden de NZA diagnosehoofgroepen zich tot de DSM-5?

Om inzicht te krijgen in de gevolgen van het alleen nog maar verzamelen van 14 NZa diagnosehoofdgroepen, hebben wij twee overzichten gemaakt.

NZA diagnosehoofdgroepen naar DSM-5 hoofdgroepen, subgroepen en ICD-10 codes

Diagram 1 gaat uit van de NZA diagnosehoofdgroepen. Het laat zien welke DSM-5 hoofdgroepen, subgroepen en ICD-10 codes binnen een NZA diagnosehoofdgroep vallen. Voor de ICD-10 codes is ook aangegeven of de diagnose binnen de verzekerde zorg van de geneeskundige GGZ valt. Dit diagram geeft vooral inzicht in de diagnosen(groepen) die opgaan in de hoofdgroepen en dus niet meer zichtbaar zijn. Om een paar diagnosegroepen die “verdwijnen” te noemen: Aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis (in 1. Aandachtstekort- en gedragsstoornissen), Obsessieve-compulsieve stoornissen, Posttraumatische- stressstoornis (beiden in 10. Angststoornissen).

DSM-5 hoofdgroepen, subgroepen en ICD-10 codes naar NZA diagnosehoofdgroepen

Diagram 2 gaat uit van de DSM-5 hoofdgroepen en laat zien welke subgroepen en ICD-10 codes daaronder vallen. Geheel rechts laat het diagram zien welke NZA diagnosehoofdgroepen het betreft. Dit diagram geeft vooral inzicht in inconsistenties tussen de DSM-5 en de indeling die de NZA hanteert. Zo is hier in een oogopslag te zien dat bijvoorbeeld de DSM-5 hoofdcategorieën Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en depressieve stoornissen in vier verschillende NZA diagnosehoofdgroepen voorkomen. De enige NZA diagnosehoofdgroep die een 1-op-1 relatie met een DSM-5 hoofdgroep heeft is 3. Bipolaire stemmingsstoornissen.

Conclusie

Deze diagrammen laten zien dat veel informatie over aandoeningen die in de GGZ behandeld worden verdwijnt in grove hoofdcategorieën die niet consistent zijn met DSM-5 hoofdcategorieën. De NZa verzamelt per 15 april 2019 alleen nog maar haar eigen (DBC) diagnosehoofdgroepen. Het zou goed zijn als er een oplossing gemaakt wordt voor de informatieleemte die gaat ontstaan.

 

Bureau Bêta Home page