GGZ kosten

Regiovariatie in kosten in de GGZ van jaar tot jaar

Van Os stelt in zijn analyse van regio-variatie in ggz-kosten dat de verschillen in kosten tussen regio's "van jaar tot jaar stabiel zijn", of zoals hij het in het Balie debat "Onder Professoren: Damiaan Denys & Jim van Os - Over psychiatrie" zegt: "blijft exact hetzelfde, van jaar tot jaar".

Om dat te laten zien gebruikt hij 6 plaatjes waarin de gemiddelde ggz-kosten (SGGZ en GBGGZ) per inwoner, in de leeftijdscategorie 18-65 jaar, per 3-cijferig postcodegebied, zijn weergegeven voor de periode 2011-2016.

Wij hadden het vermoeden dat de stabiliteit van kosten ook veroorzaakt zou kunnen zijn door het "platslaan" van de data door uitschieters (hele hoge kosten) te verwijderen (ong. 9%, zie Van Os 2019).

Daarom hebben wij analyses gedaan waarbij alleen PC3 gebieden met minder dan 1000 inwoners zijn verwijderd (slechts ong. 1%). Om verschillen per jaar goed uit te laten komen zijn de plaatjes in een animatie verwerkt. Daarin is te zien dat er van jaar tot jaar behoorlijk wat verschillen zijn en dat de verschillen in onze analyse groter zijn dan in de analyse van Van Os. Maar ook in die analyse zien we verschillen van jaar tot jaar.

Play | Stop | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | 2016 | 2017 | Year back | Year forward |

Nadere inspectie van de oorspronkelijke plaatjes van Van Os laat zien dat het plaatje van 2011 lichter van kleur is dan het het plaatje van 2012. In de heranalyse is dat andersom. dat komt doordat in 2012 er veel minder kosten zijn gemaakt.

Dat doet vermoeden dat de plaatjes met referentiewaarden per jaar zijn gemaakt, terwijl in onze heranalyse referentiewaarden voor de hele periode zijn gebruikt, wat meer voor de hand ligt als je jaren onderling wil vergelijken.

In ieder geval laten deze plaatjes duidelijk regiovariatie in ggz-kosten zien over de jaren.

Leeftijdsvariatie in kosten per verzekerde in de GGZ en de Medisch Specialistische Zorg (MSZ) per jaar naar leeftijd

En ingezoomd op de leeftijd van 18 tot 65:

In 2017 zet de trend door dat de GGZ kosten in de lager leeftijdscategorie relatief sterker stijgen en in de hogere leeftijdscategrieëen vrjwel niet stijgen of licht dalen:

Diagnosevariatie in kosten in de GGZ

Naar aanleiding van het voorstel van de NZa voor een zorgprestatiemodel als nieuwe vorm van bekostiging van de GGZ, trekken velen de conclusie dat de DSM-5 niet meer "leidend" zou zijn in de GGZ. De vooronderstelling hierbij is dat de DSM-5 nu in het DBC systeem leidend zou zijn. Dat is niet het geval. In tegenstelling tot DBC's in de somatische zorg is het tarief van een DBC in de GGZ vrijwel volledig bepaald door de onderverdeling in tijdvakken van behandelduur. Diagnose speelt daarbij vrijwel geen rol. Dat is goed te zien in de onderstaande grafieken en tabel.
Alleen bij de tijdvakken vanaf 24000 minuten is er wat substantieel verschil in de enkele diagnosen waarvoor een dergelijk tijdvak van toepassing is. Schizofrenie en andere psychotische stoornissen spring er echt uit in het tijdvak ≥30000 minuten. Hoe vaak deze DBC gedeclareerd wordt, weten wij niet. Afgaand op een notitie van het CPB (Relatie behandelduur en GAF-scores in de GGZ, 2016) zal dat niet vaak zijn. Het CPB rapporteert voor Schizofrenie een gemiddelde behandelduur van 1828 minuten met een mediaan van 1191, dat staat wel ver af van ≥30000 minuten.

Waar de DSM-5 wel "leidend" is, is bij de vaststelling of er sprake is van verzekerde zorg volgens de Zvw. Zonder DSM-5 diagnose is er geen aanspraak mogelijk op vergoeding. Is die aansprak er wel, dan doet vrijwel alleen het aantal geregistreerde minuten behandeltijd er toe en niet de diagnose zelf.

Kortom, het zorgprestatiemodel zorgt er niet voor dar de DSM-5 minder leidend wordt: DSM-5 was al niet leidend voor de behandelduur (=tarief). Wel zal de DSM-5 leidend blijven voor verzekerde zorg, simpel omdat behandeling in de GGZ onder de zorgverzekeringswet valt.

Tarieven in € van Diagnose Behandelcombinaties per NZahoofdgroep
  Tijdvak in minuten
NZaHoofdgroep [250,799) [800,1799) [1800,2999) [3000,5999) [6000,11999) [12000,17999) ≥12000 [18000,23999) ≥18000 [24000,29999) ≥24000 ≥30000
Aandachtstekort- en gedragsstoornissen 1439.55 2780.81 4962.16 8437.85 16765.18 27910.82 - 39737.81 - - 54999.29 -
Pervasieve stoornissen 1377.08 2739.36 4928.16 8502.68 16376.30 28164.08 - 40028.44 - - 62396.10 -
Overige stoornissen in de kindertijd 1343.34 2680.31 4872.80 7668.65 16640.34 28793.38 - - 50570.91 - - -
Delirium, dementie, amnestische en overige cognitieve stoornissen 1395.55 2621.39 4883.19 8548.94 16549.14 29239.83 - - 47796.83 - - -
Aan alcohol gebonden stoornissen 1297.55 2588.38 4879.62 8667.22 16659.44 28564.58 - - 45052.12 - - -
Aan overige middelen gebonden stoornissen 1294.61 2588.14 4788.76 8450.04 16631.27 29049.45 - - 44487.37 - - -
Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 1426.09 2764.48 4969.98 8820.19 17062.05 29102.75 - 40664.39 - 50331.22 - 88548.86
Depressieve Stoornissen 1435.64 2823.05 5159.84 8836.64 17147.85 29555.53 - 42065.64 - - 59468.06 -
Bipolaire en overige stemmingsstoornissen 1451.24 2871.90 5170.06 9137.85 17323.84 29677.33 - - 46986.31 - - -
Angststoornissen 1403.04 2792.66 5118.35 8723.38 16807.38 29036.14 - 41044.18 - - 55206.67 -
Restgroep diagnoses 1344.55 2687.74 5080.78 8757.60 17042.11 29396.12 - - 46518.10 - - -
Persoonlijkheidsstoornissen 1419.15 2861.56 5201.95 8888.35 17282.61 29326.72 - 40320.61 - 53893.56 - 65601.28
Somatoforme stoornissen 1357.00 2712.74 5021.57 8402.92 17037.99 - 31342.94 - - - - -
Eetstoornissen 1369.98 2768.50 4992.50 8853.91 15569.01 29371.82 - - 45272.62 - - -
Bron: NZa Tariefbeschikking - gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg - kenmerk: TB/REG-19627-01
>

Voor een analyse van wat de NZa hoofdgroepen inhouden, zie ggzdiagnosen.beta.nl

Bureau Bêta Home page